Per 1 januari 2012 wordt deze website niet meer actief bijgehouden. Lees waarom »

Eilandjes in de steigers

Na transplantatie stopt zestig procent van patiënten met insuline.

Nederlandse onderzoekers kregen deze maand miljoenen voor onderzoek naar de transplantatie van insulineproducerende cellen voor mensen met suikerziekte. Er valt nog een hoop te winnen, want de problemen zijn groot. ‘Als we niet investeren, komen we er nooit.’

Weet u het nog, De Grote Donorshow? Dat televisieprogramma waarin mensen met een nierziekte zogenaamd een talentenjacht moesten doorstaan om een donornier te winnen? 1,2 miljoen mensen keken die dag, en over hun schouders keken de media van de wereld mee.

Van die 1,2 miljoen mensen vulde uiteindelijk één procentje, 12.000 mensen, een donorcodicil in. Het grote probleem van orgaandonatie is dat de meeste mensen niet op de juiste manier doodgaan om vervolgens ook echt organen te kunnen doneren. De stichting Transplantatie Nu schat de totale winst van het BNN-programma op welgeteld twee donoren.

De tweehonderd keer per jaar dat er een geschikte donor is, moet artsen dan ook – excusez le mot – eruit halen wat erin zit.

Met een pancreas of alvleesklier is dat zo makkelijk nog niet. Een alvleeskliertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis, waarvoor alleen de allerbeste organen geschikt zijn. Dat zijn er zo’n twintig per jaar. ‘De rest van de alvleesklieren werden niet gebruikt’, vertelt internist Eelco de Koning van het Leids Universitair Medisch Centrum.

Zonde. Vooral omdat mensen met type 1 diabetes maar een heel klein gedeelte van die alvleesklier nodig hebben. Een fout van hun immuunsysteem zorgt ervoor dat ze hun eigen eilandjes van Langerhans kapotmaken, de kliertjes in de pancreas die insuline aanmaken. Die insuline moeten ze voortaan inspuiten, anders gaan ze dood. Spuiten ze wel, dan kunnen suikerpatiënten best oud worden. Wel hebben ze meer kans op complicaties: aderverkalking, nierproblemen, amputaties.

Het gaat dus om die eilandjes van Langerhans, en dat is waar De Koning om de hoek komt kijken. Hij is de eerste die een transplantatie van die kliertjes uitvoerde in Nederland. ‘99% van de alvleesklier bestaat uit cellen die spijsverteringsenzymen aanmaken, slechts één procent is eilandje. Als je een hele pancreas overzet, transplanteer je dus eigenlijk 99% van het weefsel voor niks. Het is logisch om alleen de eilandjes te doen.’

‘Logisch’ is overigens niet hetzelfde als ‘eenvoudig’. Op zijn laptop laat De Koning een filmpje zien van wat er allemaal bij komt kijken. Als je iemand beter wilt maken met cellen, moet je die cellen behandelen in een lab dat zelfs voor laboratorium- of ziekenhuisbegrippen supersteriel is. Een binnengekomen alvleesklier wordt op medisch verantwoorde wijze gesloopt tot er allemaal brokjes over zijn, en daar isoleren labmedewerkers dan de eilandjes uit. ‘In een pancreas zitten ongeveer één miljoen eilandjes. We hopen er daarvan zo’n vijfhonderdduizend te kunnen isoleren’, licht De Koning toe.

De eilandjes gaan vervolgens in speciale kweekzakken om ze in leven te houden. Daar testen analisten of de kliertjes daadwerkelijk insuline aanmaken, en of er geen besmettelijke ziektes inzitten. Zijn ze goedgekeurd, dan krijgt de patiënt de eilandjes ingespoten. Niet in de alvleesklier, - moeilijk bereikbaar vanwege de ligging achter in de buik - maar in de lever. ‘Het blijkt zo te zijn dat ze zich daar kunnen nestelen en insuline produceren’, aldus de arts.

En als ze dat doen, is dat goed nieuws voor de patiënt. Zo’n zestig procent van hen kan zelfs ophouden met insuline te spuiten.

Dat gezegd hebbende is de techniek nog verre van perfect. Om te beginnen moet de patiënt, net als bij alle transplantaties, de rest van haar leven stoffen slikken die het immuunsysteem onderdrukken, om te voorkomen dat het lichaam de nieuwe kliertjes afstoot. Voorlopig komen daardoor alleen mensen die ook al een donornier hebben in aanmerking voor eilandtransplantatie. Er zijn nog meerdere alvleesklieren nodig per patiënt. En de functie van de eilandjes neemt af met verloop van tijd, omdat ze niet goed genoeg aansluiten op het bloedvatenstelsel.

Om die problemen op te lossen kreeg een samenwerkingsverband tussen universiteiten en bedrijfsleven deze maand een bedrag van acht miljoen euro. De Koning is er erg blij mee, maar waarschuwt dat hij geen wondermiddel in handen heeft. ‘Dit houdt een belofte in. Morgen zijn we er nog niet, maar als we niet investeren kom je er ook nooit.’

Samen met de Universiteit Twente wil hij ‘steigers’ van biomaterialen om de eilandjes zetten, ‘Met stoffen die ervoor zorgen dat er makkelijker bloedvaten naartoe kunnen groeien, en dat ze beter overleven. Of met een middel dat afstoting lokaal onderdrukt, zodat je niet het hele lichaam zulke stoffen hoeft te geven.’

De biotechnologie-bedrijven in het consortium werken mee aan betere reactoren, waarin de kwaliteit van de cellen beter behouden blijft. Over een aantal jaren moeten in die reactoren ook eilandcellen groeien die afkomstig zijn uit stamcellen, zodat het donortekort geen probleem meer is. De Koning: ‘Uiteindelijk hopen we daar mee aan de slag te kunnen: vermeerderen en dan aan de patiént geven. Zolang je donoren hebt, ben je gelimiteerd. Op de lange termijn zijn stamcellen de enige stap naar voren, maar wat we nu doen is de eerste stap in dat hele traject.’

Bron: Bart Braun, Leids Universitair Weekblad Mare
  • Facebook
  • Plaats op Twitter!
  • Hyves
  • Doorsturen via e-mail
Een reactie plaatsen bij dit artikel is helaas niet (meer) mogelijk