Per 1 januari 2012 wordt deze website niet meer actief bijgehouden. Lees waarom »

‘De vraag komt meestal hard aan’

HENGELO/ALMELO - Ad Sprangers en Marieke Reimert omschrijven het wel eens als volgt: vragen of ie mand zijn organen wil doneren, is de meest ongelukkige vraag, die ge steld wordt op het meest ongeluk kige moment, aan de meest onge lukkige familie. Toch doen de twee intensive care-verpleegkundigen hun werk met hart en ziel. „We doen het om de mensen voor uit te helpen”, aldus Marieke Rei mert.

Reimert en Sprangers zijn donatie functionarissen bij de Ziekenhuisgroep Twente. Sprangers werkt voor het Twenteborg in Almelo en het SMT in Hengelo, Reimert al leen in het SMT. Donatiefunctionarissen zijn niet, zoals sommige denken, de mensen die er persoon lijk voor zorgen dat gedoneerde or ganen op de juiste plek komen.

Een donatiefunctionaris heeft veel meer een rol op de achtergrond. Een niet onbelangrijke rol; zij zorgen ervoor dat in de beide zieken huizen zorgvuldig en met respect wordt omgegaan met orgaan- of weefseldonatie.

„Wij zorgen dat de procedures kloppen. Dat artsen kunnen terug vallen op ons en op onze informa tie. En dat de randvoorwaarden kloppen. Zonder ons zijn ze min der alert”, legt Reimert uit. Als het nodig is, ondersteunen de functionarissen de familie, artsen en verpleegkundigen. Ook houden ze bij of alle procedures en regels goed zijn doorlopen. De regels rond orgaan- of weefsel donatie zijn namelijk bijzonder streng. Artsen moeten aan allerlei regels voldoen op het moment dat iemand hersendood of overleden is. „Ten eerste moeten ze checken of een patiënt geschikt is voor do natie. Dat hangt van heel veel zaken af’, zegt Sprangers. „Een ge zond persoon kan tot zijn 70e le­vensjaar nog huidweefsel doneren. Bij hoornvliesdonaties kan het nog tot 76 jaar.”

Ook andere omstandigheden spe len een rol, zoals infecties of ziekte beelden van de patiënt. Een arts is vervolgens verplicht om het donorregister te raadplegen. In dit regis ter kan iedereen vanaf twaalf jaar laten vastleggen of ze organen of weefsels willen doneren. Het regis ter is niet alleen voor de ‘dona teurs’, het systeem is ook bedoeld voor mensen die absoluut niets willen geven. Of die de beslissing willen neerleggen bij de nabestaanden of bij een specifiek persoon. „Door je te registreren, maak je in ieder geval duidelijk wat je wilt”, zegt Reimert.

Helaas is het zo dat er nog altijd meer mensen (vanaf twaalf jaar) niet staan ingeschreven dan wel: 5,3 miljoen mensen hebben de do norregistratie wel ingevuld. Van ze ven miljoen mensen is niet be kend of ze willen doneren. Dat leidt tot pijnlijke situaties, zeg gen de donatiefunctionarissen. „De arts praat er over met de fami lie. Bij de meeste mensen komt de vraag hard aan. Omdat ze er niet over gesproken hebben. Of omdat ze het gewoon niet weten”, aldus Reimert. Het komt sporadisch voor dat een overledene zijn orga nen wil afstaan maar dat een fami lie dat absoluut niet wil. „Dan drukken wij het er niet door.” Pas als alle procedures zijn doorlo pen en een overledene eerder dui delijk heeft aangegeven organen te willen afstaan, wordt contact ge zocht met de Nederlandse Trans plantatie Stichting. Zij gaan op nieuw onderzoek doen, overleg gen met de specialist en onderzoe ken of de donateur geschikt is. De transplantatiecoördinator -voor Noord- en Oost Nederland zit deze in het Universitair Me disch Centrum Groningen -neemt de coördinatie daarna over.

Er wordt een procedure opgestart, de operatie wordt gepland, het dos sier wordt gemaakt. „Dat zijn spe ciaal opgeleide mensen”, weet Sprangers. Eurotransplant, een internationale organisatie voor orgaandonatie, bepaalt uiteindelijk wie het orgaan krijgt. In ziekenhuizen waar een donatiefunctionaris werkt, stijgt het aantal donaties. De functionarissen dienen bovendien nog een hoger doel: ze maken mensen bewust van het belang van het doneren van organen. Er is nog altijd een groot tekort aan organen. Mensen die ze nodig hebben staan soms letterlijk jaren op een wachtlijst. Sprangers: „Uiteindelijk doen we het voor de kwaliteit van het leven van de ontvanger.”

Bron: De Twentsche courant Tubantia / Saskia Minkman
  • Facebook
  • Plaats op Twitter!
  • Hyves
  • Doorsturen via e-mail
Een reactie plaatsen bij dit artikel is helaas niet (meer) mogelijk