Ander registratiesysteem levert niet meer donororganen op
Verandering van het donorregistratiesysteem levert waarschijnlijk niet meer donororganen op. We kunnen ons beter richten op het oplossen van knelpunten in het donatieproces in de ziekenhuizen en het verlagen van het aantal weigeringen door nabestaanden, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg) waarop Remco Coppen 3 september promoveert bij onderzoeksinstituut Tranzo aan de Universiteit van Tilburg.
In Nederland staan ongeveer 1300 mensen op de wachtlijst voor een donororgaan, maar er zijn niet meer dan zo’n 220 donoren per jaar. Wel is er de laatste jaren een toename te zien van het aantal levende donoren, meestal familieleden.
Er blijft echter een ernstig tekort aan donororganen. Wijziging van de wet op de Orgaandonatie of verandering van het registratiesysteem in een systeem waarbij iedereen automatisch donor is, biedt geen oplossing, blijkt uit het onderzoek van Coppen. “Het lijkt wel zo dat er in landen met een dergelijk beslissysteem veel meer donoren zijn, maar daar zijn dan bijvoorbeeld ook veel meer verkeersdoden.
Na correctie voor het aantal verkeersdoden en beroertes, vallen die verschillen grotendeels weg. Dat wijziging van het systeem geen extra donoren oplevert, komt vooral doordat in deze landen ondanks de verschillende regelgeving, de praktijk nauwelijks verschilt van de Nederlandse. In de praktijk hebben nabestaanden vaak het laatste woord, ongeacht het gehanteerde systeem.’’
Intensief contact met nabestaanden
Als je het aantal verkeersdoden en beroertes verrekent, zijn er alleen in Spanje en Oostenrijk structureel meer donoren dan in Nederland. Dat is waarschijnlijk te verklaren door culturele en organisatorische verschillen.
“Opmerkelijk is dat de Nederlandse bevolking wel positief staat tegenover orgaandonatie, maar dat nabestaanden als het erop aankomt toch vaak een donatieprocedure weigeren”, verklaart Coppen. “De gesprekken daarover vinden natuurlijk ook altijd plaats onder hele emotionele en stressvolle omstandigheden. Aan de ene kant is daarom voorlichting nodig om mensen tijdens hun leven na te laten denken over de donatievraag, waardoor ze zich bijvoorbeeld als donor laten registreren of er met hun naasten over spreken.
Aan de andere kant is het ook belangrijk artsen beter voor te bereiden op het gesprek waarin ze de donatievraag moeten stellen. Maar er is nog weinig bekend over welke communicatiestijlen goed in de Nederlandse praktijk toepasbaar zijn. Ook weten we nog nauwelijks waarom mensen een donatieprocedure weigeren.”
Dat een systeemverandering geen oplossing biedt, is natuurlijk teleurstellend voor mensen die op de wachtlijst staan, stelt Coppen. “Verandering naar een systeem waarin iedereen automatisch donor is, zou bijvoorbeeld, ook al levert dit niet meer donororganen op, wel meer solidariteit uitstralen met de mensen die op de wachtlijst staan dan ons huidige systeem. Daarom is het begrijpelijk dat er nog steeds discussie is over het systeem.”
Ziekenhuizen
Het NIVEL bestudeert nu in samenwerking met het Erasmus MC en iBMG van de Erasmus Universiteit het proces van orgaandonatie in ziekenhuizen. “Er bestaan namelijk verschillen in het aantal donaties tussen vergelijkbare ziekenhuizen. Dit duidt erop dat daar nog mogelijkheden liggen om tot meer succesvolle donatieprocedures te komen”, betoogt Coppen. “We zoeken naar knelpunten in het donatieproces in de ziekenhuizen. Die zou je in ieder geval moeten aanpakken om de donatie voor betrokkenen niet moeilijker te maken dan nodig.”
Remco Coppen (Rotterdam, 1976) studeerde Gezondheidswetenschappen en Rechten aan de universiteit van Maastricht. Hij is werkzaam bij het NIVEL als onderzoeker. Zijn promotieonderzoek werd mede gefinancierd door ZonMw, het Ministerie van VWS, Ministerie van OC&W en de Nierstichting.
Reactie STNu!
STNu! blijft onveranderd voor een systeemwijziging (Actieve Donor Registratie)!
Toch leuk, al die medici die dit soort meningen ventileren!
Of zij daarmee het debat over een vorm van ADR de goede kant op helpen, waag ik te betwijfelen.
Voor de politiek is dit een prachtig artikel om zich achter te verschuilen.
Ik hoor ze denken: "Zie je wel dat ADR geen oplossing biedt voor het tekort aan organen! Nee, we moeten de dames en heren medici stimuleren om beter met nabestaanden te communiceren en dan gaat het tekort vanzelf weg." Niets is echter minder waar...
Natuurlijk is het zo dat het contact met nabestaanden van zeer groot belang is en dat dit helpt om het donortekort (mede) te verminderen, naast alle andere 'flankerende maatregelen' die Min. Klink heeft voorgesteld. Maar dat is slechts een deel van het verhaal.
De Contact Groep Orgaan Donatie (CGOD o.l.v. Terlouw) heeft in diverse landen een zeer uitgebreid onderzoek gedaan naar maatregelen die zouden kunnen helpen om het tekort aan orgaandonoren op te lossen. In die club zaten medici en mensen uit het transplantatieveld, waaronder onze eigen ex-voorzitter Simone de Leeuw. Dit zijn toch niet de domsten uit de samenleving, zou ik zeggen!
Hun eindconclusie was dat vooral de invoering van een vorm van ADR helpt om dit vraagstuk op te lossen. Daarnaast zouden flankerende maatregelen moeten worden genomen.
Min. Klink koos ervoor om alleen de flankerende maatregelen ten uitvoer te brengen en de spil waar alles om draait (ADR) achterwege te laten.
Tot nu toe heeft dit niet geleid tot een groter aanbod van organen. De hoogste tijd dus om opnieuw de discussie aan te zwengelen om alsnog die spil (ADR) ingevoerd te krijgen.
Verder sluit ik me aan bij de reactie van Robert Beekman van de NVN over dit zelfde onderwerp.
Namens het bestuur van STNu!
Piet Legerstee
Plaats als eerste een reactie »