Nieuw leven

Orgaandonor bedankt op TransplantErendag

Categorie: Nieuws en media | Datum: 30-05-2006
Dankbaarheid en blijdschap, trots en verdriet: allerlei tegenstrijdige emoties kwamen gisteren boven in de Domkerk in Utrecht op een bijeenkomst voor nabestaanden van orgaandonoren en ontvangers van organen.

„Nee hè, moet dat nu? Dat dacht ik eerst, toen ik een brief ontving van de Nederlandse Transplantatievereniging. Ik had er niet op gerekend. De stichting bedankte ons voor de toestemming die wij hadden gegeven om de organen van ons overleden zoontje Daniël te gebruiken voor transplantatie. Maar onmiddellijk na lezing voelde ik een enorme trots. Daarom ben ik nu ook hier. Het moet bekend worden wat Daniël heeft gedaan. Laatst zag ik nog een tv-programma over een dialysepatiënte die op een nieuwe nier zit te wachten. Ze staat al lang op een wachtlijst. Dan weet je weer wat voor impact dat heeft op een mens.”

Fokke Jan Blom (58), de vader van Daniël die tien jaar geleden op twaalfjarige leeftijd op weg naar school werd aangereden en uiteindelijk overleed, zit op de eerste rij. Straks zal hij het woord voeren.

Net als de al even geëmotioneerde Natasja Relleke (35) even verderop, met haar driejarige zoontje Sam op schoot. Sam, bruisend van leven, had drie jaar geleden nog maar een paar dagen te gaan, toen hij net op tijd toch nog een nieuwe lever kreeg.

„Dat er iemand is overleden waardoor Sam het leven heeft kunnen behouden. Daarvoor zijn we erg dankbaar. De transplantatiedag vieren we elk jaar. Dan denken we aan de donor en gaan naar de kerk om een kaarsje voor hem op te steken. Ergens in het zuiden van België zijn immers kinderen die hun vader hebben verloren, terwijl Sam dankzij een stukje van zijn lever nog leeft.”

Het is voor de vijfde keer sinds 1998 dat de Stichting Transplanteren Nu! een zogeheten Transplant-Erendag organiseert voor de nabestaanden van orgaandonoren en degenen die van de donatie hebben geprofiteerd: de getransplanteerden. De dag voorziet in een grote behoefte. Met 650 mensen zit de kerk stampvol, terwijl er wel vijf keer zoveel mensen op hadden ingetekend.

Vlak voor de bijeenkomst begint, laat Fokke Jan Blom de brief lezen, die hij tien jaar geleden van de Nederlandse Transplantatie Vereniging ontving.

<b>Daniël (12) wilde zelf een codicil</b>
In de brief staat enige informatie over de getransplanteerden: een 6- jarig meisje kreeg de rechternier, een 35-jarige man de alvleesklier, een 39-jarige man het hart en een 15-jarig meisje de lever. Ook de huid werd op het brandwondencentrum in Beverwijk voor transplantatiedoeleinden gebruikt.
Blom: „Het bijzondere is dat Daniël een half jaar voor zijn dood op school over orgaantransplantatie had gehoord. Daarna is hij uit eigen beweging naar de huisarts gegaan voor een codicil. Ik dacht toen: waar ben je mee bezig, je gaat toch niet dood? Het is onzin natuurlijk, maar achteraf lijkt het alsof hij een voorgevoel had. Omdat het Daniëls eigen wens was, maakte het de keuze voor ons ouders gemakkelijk om met de orgaandonatie in te stemmen. Ik weet niet waarom, van ons ouders mochten ze alles gebruiken. Maar bij het hoornvlies zeiden we: nee, nu hebben jullie genoeg gehad.”
Blom zegt geen behoefte te hebben om de mensen die nu met een orgaan van zijn zoon rondlopen, te ontmoeten. „Zou ik ze toevallig tegenkomen dan zou ik ze natuurlijk wel willen spreken. Maar ik begin geen speurtocht om ze te achterhalen.”

De identiteit van gevers en ontvangers zal voor familieleden altijd verborgen blijven. Zo zijn de regels. Dat weet Natasja Relleke, de moeder van Sam, ook. Maar zij heeft wel behoefte om haar dankbaarheid te tonen: „Van de donor weet ik niet meer dan dat het een man is van 36 jaar uit Zuid-België. Dat heb ik gehoord van de transplantatiegeneeskundige. Aan de familie zal ik via het ziekenhuis nog een brief schrijven. Dan kan gelukkig wel.”

Relleke heeft in haar nog betrekkelijk jonge leven al veel meegemaakt. Twee jaar geleden overleed haar man André –’een beer van een vent’– na twee, uiteindelijk vergeefse stamceltransplantaties aan een zeldzame leverziekte. Hij heeft nog net de redding van zijn zoon kunnen meemaken. Relleke: „Met Sam gaat het nu goed, maar door de complicaties blijft hij extra vatbaar voor verkoudheid en griep. We genieten enorm van hem. Hij is en blijft een vechter.”

<b>’Het probleem is dat zoveel mensen geen keuze maken’</b>
De Nederlandse bevolking loopt niet over van enthousiasme voor orgaandonatie. Vijf miljoen mensen hebben zich tot nog toe als donor laten registreren, acht miljoen niet. Een recente, intensieve campagne voor meer orgaandonoren leverde 8000 nieuwe registraties op. In de praktijk zal dat nauwelijks extra organen opleveren. Op dit moment is er een wachtlijst van 1400 mensen voor een nieuw orgaan. Driehonderdtwintig mensen wachten op nieuw weefsel.

Dat veel mensen zich niet als donor hebben laten registreren, heeft allerlei redenen, variërend van laksheid via de angst te vroeg voor dood te worden verklaard tot de overtuiging dat het uitnemen van organen in strijd is met de wil van God of niet goed voor een latere reïncarnatie. Roger van Boxtel –nu directeur van zorgverzekeraar Menzis, maar in de jaren negentig als Kamerlid voor D66 pleitbezorger van een goed donorsysteem– riep gisteren op tot respect voor de keuze die mensen maken.

„Het probleem is niet dat mensen een keuze maken tegen een donorschap, het probleem is dat zoveel mensen geen keuze maken.” Volgens Van Boxtel is veel meer voorlichting nodig om mensen tot een bewuste keuze te brengen, te beginnen op scholen.

Bron: Trouw, door Wilfried van der Bles, zaterdag 27 mei 2006