Nier te koop, baarmoeder te huur
Recensie:
‘Welkom bij het debat over de wereldwijde markt voor lichaamsmateriaal’, zo luidt de laatste zin in het boek Nier te koop, baarmoeder te huur van Ingrid Geesink en Chantal Steegers. Deze zin geeft treffend aan waar het boek over gaat. De auteurs werken als onderzoekers bij het Rathenau Instituut dat publieke meningsvorming op het gebied van wetenschap en technologie stimuleert met onderzoek, publicaties en debatten.
De opbouw van het boek volgt twee sporen. In de eerste plaats is het informerend. De lezer krijgt inzage in de werking van markten als bloed, nieren, eicellen, baarmoeders, voorhuid en bot. Zo lezen we dat een eicel van een gezonde jonge vrouw in de VS al gauw 20.000 dollar opbrengt. En dat bloeddonoren in sommige landen betaald krijgen, maar in Nederland niet. Overal in de wereld wordt anders gedacht over en omgegaan met lichaamsmateriaal en de wetgeving over wat qua betaling mag en niet mag verschilt sterk. Het boek staat vol met voorbeelden. Maar het gaat niet alleen om de donoren. Elke markt heeft opslag van materiaal nodig, transport, bewerking, bemiddeling (verkoop). Met al deze activiteiten wordt geld verdiend. Bloed wordt verhandeld, bot wordt bewerkt en verkocht, er bestaat een levendige handel in Deens sperma.
En dan komen we op het tweede spoor van het boek. De vragen die dit alles oproept. Is het verdedigbaar dat iedereen aan donatie verdient, behalve de donor zelf? Van wie is eigenlijk het lichaam? En is het te verdedigen dat patiënten overlijden wanneer een ruimhartiger vergoedingensysteem wellicht levens redt? De schrijvers schetsen een dilemma dat steeds sterker gevoeld zal worden. De medische technologie schrijdt voort en steeds meer lichaamsmateriaal kan (her)gebruikt worden. De zorg aan patiënten staat onder druk als er schaarste is. Patiënten zoeken ook steeds meer hun eigen weg. Een eicel ‘doet’ in Spanje 900 euro (legaal). In Nederland is dat verboden. De vraag is daarmee of het Nederlandse stelsel van donatie om niet (op tal van terreinen) houdbaar zal blijken. De auteurs benoemen ook alternatieve vormen van ‘betaling’, zoals vormen van wederkerigheid (indirect altruïsme). In sommige landen wordt geëxperimenteerd met voorrang op de wachtlijst voor wie zelf als donor geregistreerd staat.
De auteurs nemen geen standpunten in over wat goed of slecht zou zijn. Praktische situaties en bijbehorende vragen, dat mag de lezer verwachten. Dat 10 procent van het boek gewijd is aan nierdonatie geeft aan dat het boek veel verder gaat dan ‘betalen voor een nier’. Juist dit bredere kader maakt het boek interessant voor een breed publiek.
Plaats ook een reactie »
Bizar