Per 1 januari 2012 wordt deze website niet meer actief bijgehouden. Lees waarom »

Maanden vertoeven in een verontrustend huis

Een kunstig bouwwerk van latten, planken en schotten. Een eenogig huis. Over dat ene venster druipt regenwater. Een tranend gebouw. Een houten cycloop onder een glazen stolp. Als je schudt, gaat het misschien wel sneeuwen.
Ik, een breekbare man van glas die zich oud voelt, sta achter dat eenzame raam. Geen wereld te bekennen. Niet omdat er geen licht is. Er is daarbuiten enkel een zwart vlak, een blinde muur. Alleen dit vreemde huis bestaat. Dit is vannacht mijn huis. Het uit ruwhouten planken opgetrokken en halfblinde bouwwerk zelf is immens groot en hoewel het een surrealistisch decor lijkt, weet een klein plekje in een of andere hersenkwab dat ik hier altijd geleefd heb. De mensen om mij heen zijn al jarenlang mijn huisgenoten. Hun leven is het mijne, mijn leeftijd de hunne. Ik ben het alleen vergeten.
Decor, rekwisieten en figuranten, alles verontrust me in deze woning die mij vreemd is geworden.

De vloeren, muren en plafonds zijn met een te droge kwast azuurblauw geschilderd. Grove streken. Daaronder schemert kobaltblauw. Over al dat blauw is een craquelé grauwsluier van verkleurd vernis gespannen. Kamer na kamer. Etage na etage. Kamers vol raadsels. Gangen vol vragen. Doodlopende gang na doodlopende gang. Geen muur loopt recht. Achter dubbele muren zijn schuilplekken die ik niet vermoedde. Vloeren lopen schuin weg. Her en der staan loze muurtjes in een ruimte. Achteloos. Nutteloos.
Een trappenhuis ontbreekt. In vloeren en plafonds zijn vierkanten uitgezaagd. Houten ladders, opgehangen aan grove kabeltouwen, bewegen traag op en neer. Onhandig klamp ik me aan die verticaal bewegende stellages vast. Primitieve liften zijn het. Ik stap op en af. Van verdieping naar verdieping. Mis bij vrijwel elke stap de veiligheid van een stevige vloer. Mensen staan met hun rug naar me toe, kijken weg, kijken niet of door me heen.
Een pakhuis vol onverwerkt verleden en angstaanjagend heden.
Een enkeling raakt me onbedoeld aan. Dij tegen dij. Schouder tegen rug. Hand tegen bil. De een is koud, een ander voelt veilig en vertrouwd, een derde daagt uit. Opvallend weinig vrouwen. Opvallend veel jongere mannen. Een groepje knapen discussieert. Een vrouw staat te preken. Jonge kerels spugen op de grond en hangen sexy tegen een muurtje. Iemand zit aan een tafel en schrijft. Op een divanbed ligt iemand buiten bewustzijn. Daarnaast iemand die belt. Achter blinde muren hoor ik argumenterende stemmen. Is dit mijn leven?
Waarom is niemand ontspannen? Ik wil dit huis, dit leven niet. Ik heb het benauwd.Vingers om mijn keel. Een hand voor mijn mond. Ik schreeuw. Zonder geluid. Ik sla wild om me heen en schreeuw. In mijn dromen. In mijn bed. Ik sla om me heen. Schreeuwend. Slapend. 
Iemand maakt me wakker. Jij bent het die me wakker maakt. Jij bent het die kalmerend praat.
Regelmatig houd jij mij bij mijn polsen vast.
Regelmatig moet jij geruststellend praten.
Na zo’n nacht is er een dag vol huiver en onverwerkte schrik.
Menig nacht vertoef ik in zo’n droom. Menig nacht word ik verschrikt wakker. Menig nacht kan ik daarna de slaap niet vatten.
Dan slaap ik diep en angstaanjagend lang. Vecht me door vergelijkbare dromen heen.
Nachtenlang. Wekenlang. Maandenlang.
 

  • Facebook
  • Plaats op Twitter!
  • Hyves
  • Doorsturen via e-mail
Een reactie plaatsen bij dit artikel is helaas niet (meer) mogelijk